Zoek

Christos en Evangelia Tsiftsis. Een leven met muziek en dans.


Muziekbands en dansgroepen


Muziek en dans

De gastarbeiders namen ook nieuwe muziek naar Utrecht. Ze luisterden naar de eigen radiozenders en brachten plaatjes en cassettes mee van vakantie zodat ze ook hier eigen muziek konden horen. Er werden feesten georganiseerd in de ontmoetingsruimtes en feestzalen, waar op muziek uit het eigen land gedanst werd. Dit gebeurde onder andere in Trianon, het NV-huis, het vroegere Tivoli op het Lucasbolwerk, in Kunst en Wetenschap aan de Mariaplaats. Soms waren er ook grote feesten in de Maresca- zaal van de veemarkt of in de Jaarbeurs.

In het begin werden er vaak muziekgroepen uitgenodigd uit andere steden of uit België en Duitsland. Maar al snel werden de eerste bandjes in Utrecht opgericht die bij feesten en bijeenkomsten zorgden voor de juiste sfeer. Een van de eerste Griekse muziekgroepen in Utrecht was het ‘Trio Dimitri’. Toen in 1964 de film “Zorba de Griek” uitkwam, werd Griekse muziek heel populair. Bioscopen nodigden Grieken uit om de ‘Sirtaki’ te leren aan het publiek.


Vooral Arabische en Turkse muziek klonk Nederlanders niet bekend in de oren, maar onder de gastarbeiders uit deze landen en hun kinderen waren voldoende muzikanten die deze muziek konden spelen. Vaak speelden deze groepen traditionele muziek, maar later kwamen er ook bands, die de traditionele muziek mengden met westerse muziek en muziek uit andere landen. Zo ontstonden gemengde muziekgroepen, die echte ‘fusion’ speelden

Er werden door buitenlandse muzikanten ook muzieklessen gegeven. De kinderen van migranten en soms ook Nederlanders leerden bijvoorbeeld ‘saz’ (een Turks snaarinstrument) te spelen. Zo werd de eigen muziek levend gehouden en doorgegeven aan de kinderen.

Als er muziek was werd er gedanst. Een feest was en is eigenlijk pas een echt feest als er live muziek gemaakt wordt en men kan dansen.


Turkse dansgroep bij een feest op de Casimir School

Er werden al vroeg verschillende volksdansgroepen opgericht door de Spaanse, Griekse en Turkse culturele verenigingen. Ook nu nog zijn er in Utrecht clubs vinden die zich toeleggen op deze traditionele dansen.

De bands en dansgroepen werden vaak gevraagd bij buurtfeesten en politieke bijeenkomsten die in de jaren zeventig en tachtig plaatsvonden. Zo maakte de Utrechtse bevolking kennis met de muziek uit de landen van de gastarbeiders.


Griekse dansgroep bij actie voor betere dienstverlening voor migranten.

Ook in de Italiaanse, Spaanse, Griekse, Turkse en Joegoslavische restaurants die in Utrecht geopend werden, werd muziek gedraaid en was er soms live muziek. In het Turkse café-restaurant ‘Het paradijs’ trad in de zeventiger jaren elke zaterdagavond onder grote belangstelling een buikdanseres op.

Muziekcentra zoals Rasa, Tivoli en Vredenburg namen deze’ wereldmuziek’ al snel op in hun programmering, waardoor beroemde artiesten zoals Nana Mouskouri, Maria Farantouri, Paco Peňa en Nass el Ghiwane in Utrecht kwamen optreden.

De komst van de gastarbeiders werd zelfs een onderwerp in Nederlandse liedjes. Een leuk voorbeeld hiervan is het liedje “Stroei Voei” uit de populaire serie “Ja zuster, Nee zuster” geschreven door Annie M.G.Schmidt.