Zoek


Op de katholieke technische school in Lombok werd een cursus autotechniek voor buitenlandse mannen gegeven.

Nederlands leren

Nederlands leren was in het begin voor bedrijven en voor de overheid geen prioriteit. ‘Ze gaan toch terug en voor ongeschoold werk heb je geen Nederlands nodig’, dacht men toen. Daarom begonnen vrijwilligersgroepen Nederlandse les te geven aan gastarbeiders, in het weekend en in de avonduren, in de Casimirschool en in het buurthuis in Wittevrouwen. Niemand wist hoe het moest. Hoe leer je mensen Nederlands spreken? Hoe geef je les aan mensen die niet kunnen lezen en schrijven? Lesgevers moesten het zelf uitzoeken en lesmateriaal maken. Pas eind zeventiger jaren kwamen de eerste echte taalmethodes. Er kwam een handleiding voor vrijwilligers die gemaakt was door de twee taalconsulenten, die aangesteld werden om vrijwilligers te begeleiden.

Les aan vrouwen

Vanaf de 2e helft van de zeventiger jaren werd er ook les aan vrouwen  gegeven.Vaak gebeurde dat door vrijwilligsters bij de vrouwen thuis, maar er werden ook groepslessen georganiseerd in buurthuizen in Pijlsweerd, Utrecht West en Wittevrouwen. De vrijwilligsters richtten samen het stedelijke BVO (Buitenlandse Vrouwen Overleg) op en gaven een alfabetiseringscursus uit: het rode BVO-boek, dat in heel Nederland gebruikt werd. Al snel werd duidelijk, dat alleen taalles geven eigenlijk niet mogelijk was. Vrijwilligers werden hulpverleners, actievoerders, ‘steun en toeverlaat’ voor migrantenfamilies, die de weg in Nederland niet wisten.


Ook het ISKB de interkerkelijke stichting kerken en buitenlanders organiseerde taallessen aan huis voor vrouwen. Paulien Rozema richtte hiervoor het VOP op Vrouwen ontmoetingsproject dat uitgroeide tot een grote vrijwilligers organisatie.






Maria Drewes in gesprek met Linda Bolt, docente Nederlands.

Professionele taalles

In 1981 startte het Educatief Centrum in de school aan de Deken Roesstraat, de eerste ‘professionele’ taalcursussen, een primeur in Nederland! Het Educatief Centrum werd gefinancierd als een project voor werkloze Nederlandse leerkrachten. Op het Centrum konden mannen en vrouwen niet alleen Nederlands leren, maar ook allerlei andere vakken. Het waren intensieve cursussen van 15 uur per week, dus ook hier moest veel lesmateriaal zelf gemaakt worden. Toen het project was afgelopen moest het Educatief Centrum de poorten weer sluiten.

Met de komst van de inburgeringswet (1998) kwamen er eindelijk op grote schaal cursussen Nederlands, gegeven door betaalde docenten (Succes inburgeringscursussen). Voor de eerste generatie was dat eigenlijk te laat, maar toch probeerde ook een aantal ‘oudkomers’ nog Nederlands te leren.

Ook nu nog worden er taalcursussen op allerlei locaties in de stad gegeven door betaalde docenten, vaak geholpen door vrijwilligers. Maar de cursisten zijn vaak afkomstig uit andere landen dan de gastarbeiders en hun families.